Late rassen passen beter bij huidige melkveehouderij

Graslandmanagement wordt veel eenvoudiger wanneer mengsels met alleen late rassen worden toegepast. De grassen in deze mengsels schieten gelijktijdig én minder snel door waardoor grasgroei in de zomer hoog blijft. Ideaal voor een melkveehouderij waar weidegang en het weiden van grote groepen dieren steeds vaker voorkomt.

 

Minder bijvoeren door hogere grasbenutting per hectare

Een bijzondere eigenschap van late rassen is dat ze veel minder de neiging hebben tot stengelgroei. Dit leidt er toe dat ook in de zomer de percelen bladrijker blijven. Het bevordert de opname en melkproductie enorm. Hierdoor is de grasbenutting per hectare hoger en hoeft er minder bijgevoerd te worden. Bovendien hoeven er minder percelen uitgemaaid te worden.

 

Melkveehouders erkennen dit voordeel en geven aan dat met late rassen graslandmanagement een stuk eenvoudiger is. In Nederland worden echter nog veel traditionele weidemengsels gebruikt van middentijdse rassen (schietdatum vóór 1 juni) in combinatie met late rassen (schietdatum op of ná 1 juni). Het verschil in schietdatum binnen een mengsel is vaak meer dan één week. Zie figuur 1. Het nadeel is e

chter dat de middentijdse rassen ervoor zorgen dat de weide vroeg in het seizoen begint te schieten en stengelgroei vertoont. 

 

Figuur 1. Bloeitijdstip verschillende rassen Engels raaigras

Voordelen late rassen

Schietend gras wordt door de koeien zeer slecht opgenomen en de voerderwaarde daalt met meer dan 150 VEM. Daardoor zijn die percelen vervolgens niet meer bruikbaar voor beweiding. Onderzoek in Ierland laat zien dat bij het toepassen van weidegang de late grasrassen beter tot hun recht komen. Zoveel mogelijk goed vers gras produceren om tegen lage kosten te melken, is daar de doelstelling. Late rassen produceren meer gras in de zomer en het najaar zodat koeien jaarrond kunnen beschikken over een goede en voedzame weide en veehouders minder (kracht)voer hoeven aan te kopen. Het schieten komt bij late rassen zeven tot zeventien dagen later op gang. Dit speelt allereerst in de maand mei, hét moment waarop de eerste snede geoogst wordt en koeien vaak voor de tweede ronde in percelen ingeschaard worden. Door het later schieten, kunnen veehouders in deze periode veel flexibeler met de percelen omgaan. Zolang het gras niet doorschiet, zou er opnieuw ingeschaard kunnen worden. Ook een maaiperceel kan een week langer blijven staan zonder kwaliteitsverlies, bijvoorbeeld in een periode wanneer het veel regent.

 

Voederwaarde op peil

Het grote voordeel van een laat ras is dat de voederwaarde constant en op peil blijft. Immers, zodra het gras begint te schieten daalt de verteerbaarheid met 0,5 procent per dag. Een week later oogsten met middentijdse rassen betekent één liter melk per koe per dag minder. Het gebruik van late rassen zal in Nederland alleen maar toenemen. Barenbrug heeft in twee GreenSpirit-mengsels late rassen toegepast, te weten GreenSpirit•Maaien en GreenSpirit•Smakelijke Weide.

 

Bloeisynchronisatie in alle GreenSpirit-mengsels

Het toepassen van dezelfde bloeidatum binnen een mengsel heet bloei synchronisatie. Deze mengsels zijn veel makkelijker te managen dan mengsels met een gespreide bloeiperiode. Het grote voordeel van een gelijktijdige bloei is dat de opbrengsten zowel in hoeveelheid als in kwaliteit voorspelbaar en egaal worden. Bloeisynchronisatie past dus bijzonder goed bij de moderne melkveehouderij waarbij arbeidsgemak en een constante hoge melkproductie samen moeten gaan. GreenSpirit•Maaien en GreenSpirit•Smakelijke Weide zijn geoptimaliseerd met late bloeiers. GreenSpirit•Intensieve Beweiding is gesynchroniseerd op middenvroeg. Met deze mengsels heeft u de grootste kans op vier of vijf topkuilen per jaar.

 

 

 

GreenSpirit
GreenSpirit is verkrijgbaar bij Barenbrug dealers. Voor al uw vragen over de teelt van ruwvoer kunt u terecht bij de Barenbrug dealers of stuur een mail naar info@barenbrug.nl.

 

Klik op de button voor een dealer bij u in de buurt.

terug