Bemesten paardenweide

Bemesten en bekalken is van essentieel belang om uw paardenweide in goede conditie te houden. Het is een fabel dat een schrale weide geschikt is voor paarden. Paarden hebben voedingsstoffen en sporenelementen uit gras nodig om goed te kunnen functioneren. Bovendien krijgen paarden in een schrale weide te veel zand binnen waardoor de kans op zandkoliek aanzienlijk toeneemt.

Meststoffen leveren de nodige voedingstoffen voor planten om goed te kunnen groeien. Bovendien leveren meststoffen ook sporenelementen die worden opgenomen door het paard en een belangrijke bijdrage leveren aan de gezondheid van het dier. Kalk zorgt voor een goede pH-waarde in de bodem, wat nodig is voor een goede opname van de voedingsstoffen.
De conditie van de bodem is het uitgangspunt bij bemesting. Het is verstandig om elke vier tot vijf jaar een bodemanalyse te laten uitvoeren. Dit kan gedaan worden door een instituut zoals BLGG.

 

Voor de groei van gras zijn met name stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K) essentieel. Zonder deze voedingsstoffen groeit het gras onvoldoende en ontstaat er een open zode. Daarnaast dalen de graskwaliteit (voederwaarde[SJ1] ) en de grasopbrengst als de weide te weinig of niet bemest wordt. Vraag uw meststoffenleverancier een exacte berekening te maken voor uw situatie op basis van een bodemanalyse. Ter illustratie staat in onderstaande tabel de behoefte aan voedingsstoffen bij groeiend gras voor een gemiddelde weide. Let op: dit is géén exact bemestingsadvies!

 

Bemesten met dierlijke mest
Het voor- en najaar zijn de beste periodes om uw weiland te bemesten met dierlijke mest, omdat een vochtige bodem de voedingsstoffen uit de mest beter opneemt. U kunt maximaal twintig ton dierlijke mest per hectare per gift gebruiken. Dierlijke mest kunt u twee keer per jaar toedienen. Koeienmest is het meest geschikt voor een paardenweide.

 

Bemesten met kunstmest
Voor een maximale grasopbrengst moeten naast dierlijke mest meerdere kleine giften (4-6 keer per jaar) kunstmest gestrooid worden. Na het bemesten mogen paarden 14 dagen niet in de wei. De meststoffen moeten eerst goed door de bodem opgenomen worden. Zodra de mest is gezakt, kunnen de paarden veilig van het gras genieten. Door uw weide in kleinere percelen te verdelen kunt u de weides goed onderhouden en hoeven uw paarden niet op stal te blijven.

 

Sporenelementen
Om goed te functioneren heeft een paard sporenelementen en mineralen nodig zoals selenium, zink, fosfor, koper en mangaan. De meeste paarden krijgen dit via het krachtvoer, maar als het gras met deze mineralen bemest is, is het ook mogelijk dit via weidegras toe te dienen. . Mineralen uit het gras zijn goed opneembaar voor paarden. Gras van weides die niet bemest worden, zoals natuurweides, hebben een hoog fructaangehalte en bevatten vaak een scheve verhouding aan sporenelementen en mineralen. Voor de productie van eiwit is stikstof nodig. Indien een grasplant onvoldoende stikstof krijgt, maakt deze geen eiwit maar fructaan aan. Geef uw paard dus nooit hooi of kuilvoer van natuurweides, maar uitsluitend van weides met goed paardengras dat goed bemest is. Een bodemanalyse is een belangrijk uitgangspunt om de bemesting en de dosering van sporenelementen te bepalen. Informeer bij uw meststoffenleverancier naar beschikbare meststoffen en de adviesdosering.

 

Bekalken
Het toevoegen van calcium aan een weide (bekalken) zorgt voor een goede pH-waarde van de bodem. Hierdoor worden voedingsstoffen in de bodem beter opgenomen. Het najaar is de beste periode om de weide te bekalken. De juiste hoeveelheid wordt bepaald aan de hand van de uitslag van een bodemonderzoek. Na het bekalken mogen er tijdelijk geen paarden in de weide komen.