Ploegen bij graslandverbetering

10-11-2014 Veehouders doen er verstandig aan de zode wel om te ploegen als ze aan graslandverbetering doen. Hierbij worden zaden van minder goed producerende grassen als straatgras en ruwbeemd ‘begraven’.

Dit stelt Edward Ensing, lid van de technische commissie gras bij Plantum, een overkoepelende organisatie van graszaadleveranciers. Ensing deed zijn verhaal afgelopen donderdag tijdens het Topkuilevenement in Lelystad.

Afbraak organische stof valt mee

Wanneer de grond niet wordt geploegd, is volgens Ensing de kans groot dat zaden van minder goede grassen weer ontkiemen. Door deze zaden onder te ploegen wordt dit zo veel mogelijk voorkomen. De afbraak van organische stof tijdens het ploegen valt volgens hem wel mee. „Zo lang er tussen de 4 en 6 procent organische stof in de bodem aanwezig is, is scheuren geen probleem.”

 

Witte voetjes

Minder goede grassen als straatgras en ruwbeemd zijn te herkennen aan de witte voetjes. Engels raaigras heeft rode voetjes.

„Praktisch kan elke veehouder zien wat goede en minder goede grassen zijn door het aantal witte en rode voetjes te tellen”, zo zegt de specialist. Hij stelt dat grasland vernieuwing nodig is bij minder dan 75 procent goede grassen en meer dan 10 procent kweek.

Naast het ‘begraven’ van zaden van slechte grassen noemt Ensing ook het belang van een goede bodemstructuur en beluchting van de bodem als reden om het grasland wel te scheuren. „Op veel plaatsen zie je de wortels niet tot de gewenste 30 centimeter diepte gaan. Het gras neemt op die percelen minder makkelijk vocht en voedingstoffen op bij droge omstandigheden. „Het komt nog regelmatig voor dat grote machines met een te hoge bandendruk de bodem verdichten”, merkt Ensing op.

 

Grasproductie valt tegen

Volgens de specialist gaat het niet goed met de grasproductie in Nederland. „De 10 procent veehouders met de hoogste graslandproductie halen 12 ton gras per jaar terwijl op proefvelden met de nieuwste rassen al ruim 14 ton wordt gehaald.” Ensing stelt dat graslandvernieuwing na 6 jaar al interessant is. „Grassen worden door genetica beter. Elk jaar stijgt de genetische opbrengst met 0,5 procent. Wanneer je een grasmat hebt van bijvoorbeeld 20 jaar oud mis je dus al 10 procent opbrengst.”

 

Weidesleep bij oud ijzer

Ensing is ook groot voorstander van een wiedeg met zaaicombinatie. „Door elk jaar de slechte grassen eruit te halen en de open plekken op te vullen met nieuw zaad, blijft het grasland productiever.” Volgens hem is de grootste fout dat veehouders het onkruid doodspuiten, weghalen en geen nieuw zaad inzaaien. „De weidesleep kan daarmee bij het oud ijzer”, aldus Ensing.