Zetmeelverlies grootste probleem bij conservering mais

Mais is een hoogwaardig ruwvoer dat veel energie levert. Mais is in het rantsoen een zeer goede aanvulling om (onbestendig) eiwit te benutten. Maar hiervoor is wel zetmeel nodig. Uit een onafhankelijk onderzoek van ruwvoeradviesbureau Groeikracht is gebleken dat er in het proces tussen het hakselen en voeren van de mais veel zetmeelverlies optreedt. Dit is te voorkomen door gebruik te maken van een inkuilmiddel.

Verschillende bacteriestammen onderzocht

Voor het onderzoek is in september 2018 een veld mais gehakseld met 40 procent droge stof, 37

procent zetmeel en een bovengemiddelde drogestofopbrengst voor dat jaar. Het veld is gehakseld met een hakselaar waarbij de gehakselde mais direct in een balenpers werd geblazen. Op deze manier kon er onderzoek worden gedaan naar verschillende bacteriestammen in dezelfde mais. Aan de hand van meerdere parameters is de kwaliteit van de mais gedurende de conservering en na het openen van de balen onderzocht. Er zijn verschillende inkuilmiddelen onderzocht, waaronder de drie Bonsilage producten voor maiskuilen.

10 procent zetmeel verlies zonder inkuilmiddel

Wanneer je geen inkuilmiddel toevoegt, verliest de ingekuilde mais gedurende de conservering 10 procent van het zetmeel, concludeert Gerard Abbink, ruwvoerspecialist bij Groeikracht. Abbink: ‘Zetmeel is de belangrijkste grondstof van mais. Bij het inkuilen van 10 hectare mais verlies je dus tijdens de conservering 1 hectare aan zetmeel. Daarom kan een inkuilmiddel in de mais altijd uit.'

Geen zetmeel verlies met Bonsilage Mais

Bonsilage Mais bevat zowel melkzuur- als azijnzuurvormende bacteriën. Broei wordt geremd en de melkzuurbacteriën versnellen de conservering en remmen daarmee de gist- en schimmelvorming. Hierdoor krijgen verkeerde microben geen kans en wordt er geen zetmeel afgebroken. Dat resultaat kwam naar voren in het onderzoek waarbij na driehonderd dagen nog steeds minimaal zetmeelverlies werd waargenomen. Hiermee behaal je als maisteler een maximaal resultaat namelijk het telen van energie zonder zetmeelverliezen.

Verloop zetmeelgehalte

In bovenstaande figuur zijn verschillen te zien in het zetmeelgehalte. Op de oogstdag was het zetmeelgehalte nog 100 procent (geen verliezen). Vervolgens zijn er op verschillende momenten monsters genomen om te kijken hoe de zetmeelverliezen waren. Daaruit bleek na driehonderd dagen dat de onbehandelde mais (controlegroep) ruim 10 procent verlies had. De mais behandeld met Bonsilage Mais had minimaal verlies en de mais behandeld met Bonsilage Fit mais had weinig verlies.

Bonsilage Fit mais zorgt voor 320 kg propyleenglycol per ha

Bonsilage Fit mais bevat melkzuur- en azijnzuurvormende bacteriën en zorgt hiermee voor een optimale conservering, maximale broeiremming en verbetert daarnaast primair de gezondheid en welzijn van melkkoeien door propyleenglycol aan te maken. Hierdoor verbetert de verhouding tussen melkzuur, azijnzuur en propyleenglycol wat resulteert in een verbeterde penswerking. Het risico op pensverzuring en slepende melkziekte neemt af en hierdoor halen koeien een hogere levensproductie.

 

In het onderzoek kwam naar voren dat één potje Bonsilage Fit mais na driehonderd dagen wel 715 kg propyleenglycol heeft aangemaakt. Omgerekend op rantsoenniveau betekent dit bij 8 kg droge stof uit mais 145 gram propyleenglycol per koe per dag.

Bonsilage Speed mais maakt voeren na veertien dagen mogelijk

Bonsilage Speed mais bevat een unieke bacteriestam die het mogelijk maakt om al na veertien dagen voldoende zuurvorming te krijgen voor een optimale conservering en maximale broeiremming. In een kuil zonder inkuilmiddel is hier gemiddeld acht weken de tijd voor nodig. Bonsilage Speed mais heeft na veertien dagen bij het openen een uitzonderlijk lange stabiliteit van 81 uur vergeleken met de controle mais die 48 uur stabiliteit liet zien. Aandachtspunt is echter wel dat er na driehonderd dagen zetmeelverliezen optreden die vergelijkbaar of meer zijn dan die van onbehandelde mais. Daarom gaf Abbink de volgende tip: als je niet tot januari door kunt voeren met de oude maisoogst, maak dan een kleine apart kuiltje om maximaal drie maanden na de oogst van te voeren. Deze kun je veertien dagen na de oogst al voeren als deze behandeld is met Bonsilage Speed mais. De rest van de mais kan dan behandeld worden met Bonsilage Mais of Bonsilage Fit mais en deze kuil kan vervolgens drie maanden dicht blijven. Zo haal je het maximale uit je maisoogst, ook in het geval van ruwvoertekorten!

Maak een doelgerichte keuze

Uit het onderzoek is gebleken dat de inkuilmiddelen doelgericht ingezet kunnen worden. Bonsilage Mais is met een minimaal zetmeelverlies het inkuilmiddel om verliezen te beperken, Bonsilage Fit mais is uniek met zijn vorming van propyleenglycol en met Bonsilage Speed mais kan een maistekort snel worden opgelost. Ga je voor minimaal verlies, maximale koegezondheid of voor snel voeren? Maak een doelgerichte keuze voor het beste resultaat.

 

Bonsilage is verkrijgbaar bij Barenbrug-dealers. Klik hier voor verkoopadressen.

terug