Bemesten van luzerne
Luzerne is een meerjarig gewas met hoge eisen aan bodemvruchtbaarheid. Bodemanalyse is essentieel om de bodemvruchtbaarheid te bepalen en een bemestingsplan op te stellen. De belangrijkste aanbevelingen voor het bemesten van luzerne worden in de onderstaande tabel gegeven.
Algemene bemestingsrichtlijnen voor luzerne
Er zijn algemene aanbevelingen. Exacte bemesting moet gebaseerd zijn op een bodemanalyse.
- Op bodems die gevoelig zijn voor uitspoeling, moet kalium (K) meerdere keren tijdens het seizoen worden toegediend. Op bodems met een hoge bindingscapaciteit kan K-bemesting eenmaal per jaar worden gegeven.
Andere nutrienten, mineralen en sporen elementen.
Een ander essentieel mineraal bij het telen van luzerne is zwavel (S). Deze voedingsstof is belangrijk voor de eiwitvorming in planten en beïnvloedt dus het ruw eiwitgehalte van luzerne kuilvoer of hooi. Bodems met een laag zwavelgehalte moeten extra bemesting krijgen.
Twee essentiële micro-elementen zijn molybdeen (Mb) en boor (B). Voor de groei van Rhizobia is molybdeen nodig. Boor voorkomt droogtestress in luzerne. Beide elementen zijn waarschijnlijk beperkt aanwezig op arme zandgronden.
Er is een enorm effect van P- en K-toevoer op de luzerne-opbrengst. Dit blijkt uit proefresultaten van de Purdue University in de VS (zie afbeelding):
Dierlijke mest en drijfmest
Mest of drijfmest wordt bij voorkeur voor het zaaien toegepast. Tot 30 ton per hectare kan worden toegepast voor het ploegen/cultiveren. Hoge giften worden echter niet aanbevolen, omdat beschikbare stikstof de activiteit van Rhizobium remt.
Als het in een bestaande stand wordt gebruikt, moet mest of drijfmest aan het begin van het groeiseizoen worden toegepast voordat de eerste luzerne spruiten verschijnen. Het hanteren van drijfmest of mest vormt een potentieel risico voor de standvastigheid, omdat luzerneplanten gemakkelijk beschadigd raken door zware machines.
Voedingsstoftekort
Sommige tekorten aan voedingsstoffen kunnen duidelijk worden geïdentificeerd in luzernestanden, zoals hieronder beschreven. Over het algemeen komen voedingsstoftekorten terug op slechte inoculatie, te weinig P/K-bemesting of lage bodemkwaliteit.
Stikstoftekort – geelachtige/lichtgroene planten, groeivertraging. Dit duidt op een gebrek aan actieve Rhizobium in de bodem, wat kan komen door het gebruik van onbehandelde zaden, een lage bodem-pH of molybdeentekort.
Fosfortekort – groeivertraging, planten zijn stijf en rechtopstaand. Bladeren neigen te krullen en paarse verkleuring. Komt meestal voor in het voorjaar, wanneer de bodemtemperatuur laag is.
Kaliumtekort – kleine witte vlekken op de oudere bladeren, op de bladranden. Later geel verkleurend. Komt vaker voor na de eerste snede en K-deficiënte standen kunnen meer winterbeschadiging vertonen.
Magnesiumtekort – jongere bladeren beginnen geel te worden, randen blijven aanvankelijk groen. Kan ook worden geïdentificeerd als K-tekort.